Dit is een gastcolumn van Merel.
De gevolgen van opgroeien in een onveilig nest zijn vaak groot. Veel symptomen zijn voor de buitenwereld wel te plaatsen wanneer je denkt aan weinig mensen durven vertrouwen, continu aanstaan, een instabiel zelfbeeld, een extreem kritische innerlijke criticus en zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar weet je dat de gevolgen ook tot uiting kunnen komen op een geheel ander gebied? En dan heb ik het over plannen van leuke activiteiten. Wat een plezierig vooruitzicht zou moeten zijn, is voor mij allesbehalve dat. Nee, het plannen van plezierige activiteiten met de mensen waar ik het meest van hou, is een zware last op mijn schouders. Ik kan het niet.
Het gekke is: ik kan je precies vertellen wat er gebeurt. Hoe en waardoor. En ik begrijp het ook. Het lukt me alleen niet om het te veranderen. Zelfs niet na jaren therapie.
Al van jongs af aan ben ik verantwoordelijk gehouden voor de sfeer in mijn familie. Ik had te maken met een moeder met sterk narcistische trekken. Alles draaide om haar welzijn. En daar werd ik door haar en mijn afwezige vader verantwoordelijk voor gemaakt. Ik kreeg daarmee een zware last te dragen. Want alles was goed als mijn moeder maar blij was. Of in ieder geval stabiel. Er was geen ruimte voor mijn emoties, want die kon mijn moeder met haar fragiele stelsel niet dragen. Liet ik verdriet, angst, boosheid of pijn zien, dan kreeg ik steevast te horen: “Wat doe je je moeder aan!?” of “Je verpest ook altijd alles!” En dat was meteen het teken dat ik alleen liefde verdiende als ik me van mijn beste kant liet zien. Voor mijn echte gevoelens was geen ruimte. Sterker nog: ik werd ervoor gestraft door de stiltebehandeling (soms dagenlang), boosheid, maar ook werd aan menigeen verteld wat voor slechte dochter ik was dat ik mijn ouders dit aandeed. En wat ik ze dan precies aandeed, was mij niet duidelijk. Maar dat iedereen in de familie vol medelijden achter mijn ouders stond want “ze hadden het zo zwaar met een dochter als ik” was wel voelbaar. Liefde kon ik verdienen. En alles wat er verkeerd ging, was mijn fout. Dat dit alles leidde tot anorexia in mijn puberteit, depressie en zelfs een doodswens maakte het natuurlijk alleen nog maar erger voor mijn ouders. Ik bevestigde immers hoe er over mij gedacht werd. En daarnaast stond ik er alleen voor. Ik zocht zelfstandig hulp bij een psycholoog en kon me daardoor toch redelijk staande houden. Al werd er in die tijd nog niet gekeken naar het systeem achter de individuele problemen.
Op uitjes, vakanties en feestdagen lag er nog eens extra druk. Dan MOEST het perfect zijn. De buitenwereld moest zien dat wij het ideale gezin waren. En o wee, als dat beeld werd verpest. Je snapt dat de last daardoor extra hoog werd voor mij. Ik had al te dealen met mijn eigen mentale issues en moest ook nog eens een grote verantwoordelijkheid dragen. Toen me dat niet lukte en ik midden in een vakantie in huilen uitbarstte, heb ik de rest van ons verblijf te horen gekregen hoe ik de vakantie had verpest. Dat ging jaren zo door. Tot mijn 35ste bleef ik voor mijn moeders welzijn zorgen, ook al had ik een eigen gezin. En toen ik door een burn-out niet kon verschijnen op een jubilaris feestje van mijn vader, had ik alles kapot gemaakt. Wat voor dochter was ik? Waar hadden ze dit aan verdiend na al die jaren ellende met mij. Had ik nou helemaal niks voor ze over!? Ik was kapot. Ik zat inmiddels in een intensief therapietraject en daar kwam naar boven dat het beter was om een stap uit de familie te zetten en me te richten op mijn eigen herstel. In deze familie was herstel onmogelijk. Die stap was de moeilijkste van mijn leven. Ik raakte niet alleen mijn ouders kwijt, maar ook mijn gehele familie, mijn vangnet, mijn leven. Alsof het niets was. Maar dat was niet het enige dat ik verloor. Door alles wat ik had meegemaakt, had ik complexe PTSS ontwikkeld. En sinds de breuk met mijn familie, kon ik acuut niet meer plannen. Deed ik dat wel, dan sliep ik nachtenlang niet van de stress. Want ik moest zorgen dat ik me van mijn meest goede kant liet zien, wilde ik voorkomen dat ik nog meer mensen zou verliezen. En ik stond er al zo alleen voor. Liefde was voorwaardelijk in mijn systeem. Hoe pijnlijk ook.
We zijn nu 7 jaar verder. En het lukt me nog steeds niet om leuke dingen te plannen. Niet met mijn beste vrienden. Niet met mijn kinderen. Ik ervaar extreme angst om niet te voldoen. Een veel te grote verantwoordelijkheid. En ja, ik heb er al veel aan geprobeerd te werken met diverse soorten therapie, maar het blijft een issue. Ik ben zelfs als zelfstandige gaan werken omdat loondienst teveel druk opleverde. Soms, in rustige tijden, kan ik wel kleine stapjes maken. Een kopje thee in de middag of eten met mijn partner en zakelijke afspraken gaan ook steeds beter. Maar is er veel stress in mijn leven, dan slaat de man met de hamer ook hierin weer toe. En moet ik weer terug naar dag voor dag kijken wat gaat.
Wat dit met mij doet? Ik schaam me ervoor. Alsof ik niet hard genoeg mijn best doe. Alsof ik de mensen die ik het meeste lief heb, tekort doe door mijn plan-trauma. Dat ik naar hen toe faal. Het doet me veel verdriet. En ook regelmatig hoor ik nog de zinnen van mijn ouders in mijn hoofd: “Jij verpest ook alles!” en “Hoe kunnen mensen ooit van jou houden als je zo complex bent!” Mijn omgeving is lief en gaat er liefdevol mee om, maar ik weet dat het ook voor hen moeilijk is. En dat is bijna niet te dragen. Regelmatig denk ik nog: ze zijn beter af zonder mij.
Waar ik daarentegen wel heel erg goed in ben, zijn spontane acties. Ik kan intens genieten van een spontaan feestje, een niet gepland festival of een onverwachts uitje. Dan sta ik in mijn kracht en ben ik de beste versie van mezelf. En is er sprake van intens genot. Dan voel ik geen druk. Geen stress. Ook geen slapeloosheid. Hoef ik me niet druk te maken. En ben ik volledig mezelf. Heb ik de regie. Voor mij zou het dan ook heel fijn zijn als er niet zoveel nadruk zou liggen op het moeten plannen van dingen. Maar als ik in vrijheid zelf last minute mag bepalen waar ik bij aansluit.
Opgroeien in een toxisch systeem is niet niks. Herstel is mogelijk. En hard werken. Maar de programmering die jarenlang in je systeem is geïnternaliseerd is niet zomaar meer ongedaan te maken. Dat is pijnlijk. En confronterend. Hoewel ik inmiddels wel echt trots ben op de stappen die ik heb gezet, hoe ik milder naar mezelf kan zijn, wat ik wel doe met mijn leven, hoe ik mijn weg heb gevonden ondanks mijn trauma’s en plan-issues, had ik het liever anders gezien.
De boeken van Iris Koops hebben mij inzicht gegeven en ondersteuning bij mijn herstelproces, waardoor ik de stappen heb kunnen zetten die voor mij nodig waren!
