Dit is een gastcolumn van Noortje
Het is de dag van mijn dochters diploma-uitreiking. Ze heeft haar master afgerond. Wat een feestelijke dag zou moeten zijn is een grote bron van stress voor mij. De weken ervoor ben ik letterlijk ziek van de stress. Want vandaag zal ik mijn nare ex weer ontmoeten. Hij zal er zijn, samen met de nare vrouw met wie hij mij destijds vier jaar lang heeft bedrogen. Gelukkig heb ik vandaag mijn partner aan mijn zijde. Mijn rots in de branding. Ik houd hem stevig vast.
Al maanden van tevoren bedenk ik wat ik aan ga trekken. Mijn uiterlijk is mijn bescherming. Ik wil er goed uit zien. Ik kies voor een prachtig vrouwelijk maar toch zakelijk pak. Ik zie er goed uit maar ik weet heus wel dat dit van ondergeschikt belang is. Ik weet dit keer heel goed wat mij te wachten staat. Ik wil meer afstand houden van hem. Ik hoop dat het mij lukt op deze diploma-uitreiking.
Ik wil nog meer afstand van hem doordat ik een bijzonder boek heb gelezen. Een boek wat enorm resoneerde. Ik verslond het boek. Het is het werkboek ‘Herstellen van narcistische mishandeling’ van Iris Koops, van Het Verdwenen Zelf. Ik kon ook opdrachten maken. Het boek viel niet mee omdat het soms erg confronterend was. Pas 12 jaar na mijn scheiding was ik er klaar voor om dit te lezen, zo heftig was het. Maar het kwartje is gevallen. Ik voel dat alles in dit boek ook mijn waarheid is. Mijn keiharde waarheid.
Dit huwelijk was helemaal geen liefde. Ik was slechts een energievoorraad voor hem (ook wel narcistische voorraad genoemd). Hij pakte mijn liefde en energie om het gat in zichzelf te vullen. Tot mijn energievoorraad bijna op was. Toen ging hij naar een ander. Ik kon hem niet meer geven wat ik altijd gaf. Waardering, adoratie, toewijding. Ik was leeggezogen. Ik was leeg en ik was op, werd ook steeds vaker ziek. Voor hem was het dus tijd voor een tweede vrouw ernaast. Want opgeven wilde hij mij niet. Hij wilde naar de buitenwereld blijven volhouden dat wij het meest gelukkige koppel van de buurt waren. Dus bedroog hij mij, jarenlang. Toen het vreemdgaan uitkwam heb ik er een punt achter gezet. De beste beslissing van mijn leven.
Toch bleef ik de afgelopen jaren lief doen, aardig doen, voorkomend doen. Ik bleef meedoen aan de poppenkast. Ook na de scheiding, als ik hem weer zag. Ik kuste hem en haar gedag, praatte netjes en beleefd met hen. Ik feliciteerde hem ieder jaar nog vrolijk met zijn verjaardag. Ik bleef de lieve en aardige ex. Ook omdat de kinderen dat van mij verwachtten. Maar na het lezen van dit boek voelde ik dat het tijd werd voor meer afstand. Ik wilde hem niet meer kussen. Ik wilde niet meer met hem praten. Ik vertrouw hem niet. Hij blijft zoveel leugens over mij verspreiden. Ik voel ook zoveel angst voor hem. Zoveel afkeer. Ik wil mijzelf niet meer verloochenen door aardig te doen. Want ik meen er geen snars van.
Terug naar de dag van de diploma-uitreiking. Als ik hem zie, geef ik hem een hand. Ik zeg alleen gedag. Hij wil mij kussen. “Gaan we niet zoenen?” Ik vertel hem dat ik dat niet wil. De toon is gezet. Mijn eerste NEE is eruit. Hij vindt het niet leuk, dat zie ik wel. Daarna komt hij op mij af en geeft aan dat hij met mij wil afspreken om dingen te bespreken over onze dochters toekomst. Ik vertel hem dat ik dat niet wil.
Ze is oud en wijs genoeg en ik zal haar steunen op mijn manier. Dan breekt het foto-moment aan. Hij wil met mij en onze dochter op de foto. Ik zeg hem dat ik dat niet wil. Hij zegt dreigend dat het de wens van mijn dochter is. Ik zeg hem dat ik het niet wil. Zij gaat eerst samen met hem op de foto. Daarna ga ik met mijn dochter op de foto maar op het laatste moment springt hij toch voor de camera. Wat een drammer. Gelukkig maakt mijn partner de foto’s. Hij verwijdert de foto’s van ons drieën. Het was tegen mijn wil. Ik heb drie keer NEE gezegd. Ik ben trots, maar op van de spanning. Tijdens de diploma-uitreiking zit ik gelukkig ver bij hem vandaan. Na de uitreiking geef ik het nare stel weer de hand en feliciteer ze. Ik ben nu echt op van de spanning. Ik overhandig mijn dochter een bos rozen en maak mooie foto’s van haar met haar diploma en haar bloemen. Ze straalt van blijheid en geluk, maar ik wil er zo snel mogelijk weg. We gaan eindelijk naar het hotel.
De volgende ochtend word ik wakker en zie ik de mooie foto’s van mijn dochter op mijn telefoon. En op dat moment kan ik pas blij en dankbaar zijn. Op dat moment kan ik pas trots zijn. Trots op mijn schat dat ze het zo goed heeft gedaan. Ik laat de tranen lopen. Ik realiseer me dat de vorige dag alleen maar ‘overleven’ was. Nu mag ik gaan genieten. Van haar prestatie. En dat ik erbij was. En dat ik het overleefd heb. Ik ben trots op mezelf. Ik heb mezelf niet verloochend. Ik heb weer zoveel geleerd en ik ga op deze manier verder: voor mezelf opkomen. Ik ben grote stappen aan het zetten. Ik geef mijn grenzen aan en hoop zo ook een voorbeeld te mogen zijn voor mijn lieve kinderen, die nog steeds lijden onder zijn emotionele misbruik. Ik heb het goed gedaan.
Noortje
