„Geef gewoon je grenzen aan”

Het klinkt logisch. Bijna vanzelfsprekend. Voor wie opgroeide in een veilige omgeving is grenzen stellen iets wat je leert, oefent, en gaandeweg makkelijker vindt. Maar voor wie dwingende controle heeft meegemaakt, in de jeugd of in een destructieve partnerrelatie, ligt dat fundamenteel anders.

Want wie eerder probeerde een grens aan te geven, weet wat er toen gebeurde. De pleger reageerde niet met begrip of respect. Hij of zij mishandelde enkel meer. De grens werd niet erkend, maar bestraft. Wat het lichaam daaruit leerde was pijnlijk duidelijk: grenzen stellen betekent gevaar.

Wat het lichaam onthoudt

Trauma gaat in het lijf zitten. Het hoofd kan heel goed begrijpen dat de situatie nu anders is, dat er veiligheid is, dat de mensen om je heen anders zijn dan de pleger. Maar het lichaam werkt op een ander register. Het hoofd zegt: ik geef nu gewoon even een grens aan. Het lijf zegt: nee! Doe het niet.

Die waarschuwing had ooit een belangrijke functie. Het was geen overdreven reactie, het was een overlevingsstrategie. Het systeem leerde: als ik me klein houd, als ik geen weerstand bied, is de kans op escalatie kleiner. Dat patroon sloeg diep in. En het verdwijnt niet vanzelf, ook niet als de onveilige situatie al lang voorbij is.

Wie dit ziet bij cliënten of mensen in de eigen omgeving, begrijpt dan ook waarom de standaardaanpak vaak niet werkt. Assertiviteitstraining, communicatietips, oefeningen in grenzen stellen: ze raken het hoofd, maar niet het lijf. En juist het lijf is waar het zit.

Stap voor stap, met oog voor wat er van binnen gebeurt

Herstel van dit vermogen is een langzaam proces. Het begint niet bij het stellen van de grens zelf, maar bij iets wat daaraan voorafgaat: enige veiligheid. Veiligheid in contact met de ander, en veiligheid in zichzelf.

Slachtoffers mogen ontdekken wat hun grenzen überhaupt zijn. Dat is voor velen al een stap op zich, want wie jarenlang heeft geleerd de eigen behoeften te onderdrukken of te negeren, is die behoeften soms volledig kwijt. Daarna komt de vraag hoe die grenzen gecommuniceerd kunnen worden, zonder schuldgevoel, zonder angst voor de gevolgen.

Het hele systeem, hoofd én lijf, mag mee worden genomen in het besef dat grenzen stellen binnen normale relaties op een constructieve manier veilig is. Dat is geen overtuiging die je overdraagt met woorden. Het is iets wat iemand langzaam ervaart, in kleine momenten, in relaties waarin grenzen wel worden gerespecteerd.

Dat vraagt tijd en steunende mensen in de omgeving die begrijpen waarom dit zo beladen is. En als het niet kunnen voelen en stellen van een grens heel diep zit, de hulp van een lichaamsgericht therapeut. Het tempo ligt altijd bij degene die herstelt. Eenmaal terug in contact met zichzelf kan dit langzaam worden uitgebouwd. Zodat grenzen stellen voelt als een logische stap in het leven dat iemand voor zichzelf opbouwt. Thuis, bij zichzelf.

Verdieping

Werk je met mogelijke slachtoffers van dwingende controle, of wil je je in dit thema verdiepen? Op deze site vind je kennis, achtergrond en handvatten. De boeken van Iris Koops bieden zowel voor behandelaren als voor slachtoffers zelf een stevig kader voor het herstelproces.


Met dank aan Denise Hagmeijer voor de illustratie.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *