Psychosociaal therapeut Paula Sijen over vroegkinderlijk trauma en dwingende controle.
Er zijn cliënten waarbij de hulpvraag en het klachtenbeeld niet met elkaar in verhouding lijken te staan. Een cliënt meldt zich bijvoorbeeld aan met relatieproblematiek, maar wat zich gaandeweg ontvouwt is iemand die zichzelf diepgaand wantrouwt, nauwelijks functioneert en al jaren rondloopt met klachten die geen van de eerdere hulpverleners heeft kunnen verklaren. Of iemand die zegt last te hebben van stress op het werk, maar waarbij je onder die presentatie een schrijnend tekort aan zelfvertrouwen ziet en een waakzaamheid die nooit uitschakelt. In mijn werk heb ik geleerd dat er onder die gepresenteerde hulpvraag iets anders kan schuilen, iets wat al veel langer aanwezig is en wat duidelijk wordt als je de puzzel kunt leggen en het bij de naam noemt: dwingende controle. Een patroon van emotionele en psychische mishandeling dat zich in veel gevallen afspeelt in de vroegste omgeving die een mens kent. Het gezin. De ouder of ouders aan wie je als kind volledig was overgeleverd.
Ik werk al meer dan twaalf jaar met deze doelgroep en ben sinds 2014 verbonden aan het netwerk van Het Verdwenen Zelf. Wat ik in die jaren steeds opnieuw zie, is hoe consequent cliënten van die vroegkinderlijke ervaring een verhaal hebben gemaakt waarin onjuiste conclusies over zichzelf zijn verweven. ‘Ik was een probleemkind’ is er één van. Begrijpelijk, want als kind internaliseer je wat de onveilige ouder op jou uitleefde of projecteerde. Schuld, schaamte, een verwrongen beeld van wie je bent: het hoort bij wat vroegkinderlijk trauma doet met een zich ontwikkelend kind.
Wat overleving kost
Een kind dat opgroeit in een ongezonde en onveilige dynamiek kan zich niet richten op zichzelf en zijn eigen ontwikkeling. Coping treedt vroeg op. Het kind ontwikkelt gedragspatronen die op dat moment het meest helpend zijn om zich staande te houden in een situatie waaruit het niet kan ontsnappen. Het is inventiviteit onder druk. Een noodzakelijke manier om te overleven in een situatie waaruit ontsnappen onmogelijk was.
De complicatie ontstaat later. Als die coping niet bewust wordt, identificeert de volwassene zich ermee. De patronen die ooit beschermden, worden de patronen die nu vastliggen. Cliënten beschrijven dit zelf vaak als een innerlijke gevangenis of kooi. Je ziet het ook terug in herhalende patronen: steeds weer dezelfde uitkomst, hetzelfde beginpunt, hetzelfde rondje.
De spiegel die ontbreekt
Alleen uit die gevangenis komen is inderdaad moeilijk. Alles in het systeem werkt mee om de status quo te handhaven, want dit was de manier om te overleven. Het bevechten of onderdrukken van de nu ongewenste patronen maakt ze doorgaans sterker, niet zwakker.
Wat cliënten nodig hebben is een spiegel: iemand die afgestemd en begripvol aanwezig is en samen met hen de uitgang zoekt. Dat begint met het kunnen waarnemen van veiligheid in het hier en nu. Pas dan ontstaat er ruimte voor compassie en begrip voor het kind dat in die benarde situatie heeft moeten overleven.
In het herstelproces is het echt voelen van zelfcompassie en eigenwaarde een ingewikkeld iets. Het naar binnen halen van liefde voor zichzelf via de spiegel van een ouder heeft voor deze cliënten niet kunnen plaatsvinden. Dat wil niet zeggen dat dit een gepasseerd station is. Het kan alsnog, bijvoorbeeld in een therapeutisch proces waarbij zelfwaardering en zelfcompassie via de therapeutische relatie worden geïntegreerd. Als dat lukt, wordt het in het hier en nu gemakkelijker om vanuit een vernieuwd zelfbeeld te kiezen voor ander gedrag. Wat ik in mijn praktijk zie, is dat cliënten dit vaak ervaren als een doorbraak, met een gevoel van bevrijding.
Geen snelle fix
Vroegkinderlijk trauma is vrijwel altijd complex trauma. Dat vraagt om realistische verwachtingen, ook in wat je communiceert naar je cliënt. Een snelle oplossing bestaat hier niet. Wat werkt is zelfinzicht en bewust handelen: tegensturen op het moment dat dezelfde situatie zich opnieuw aandient. Als volwassene heeft de cliënt nu wel een keuze. Dat is wezenlijk anders dan toen. Zo kan het oude patroon dat iemand gevangen hield, langzaam uitdoven.
Iets wat ik in mijn praktijk regelmatig inzet, als de cliënt daar open voor staat, zijn de boeken van Iris Koops. De herkenning die cliënten daarin vinden, de duiding van wat er is gebeurd en de concrete adviezen die de boeken bieden, blijken in het herstelproces een heilzame werking te hebben. Niet als vervanging van het therapeutische werk, maar als verdieping ernaast.
Paula Sijen
Psychosociaal therapeut

One thought on “Uit de klem van een verwrongen zelfbeeld”
Inderdaad belangrijk om verder te kijken dan de hulpvraag waar cliënten mee komen!
Het mechanisme van vroegkinderlijke trauma en dwingende controle in relatie tot een verwrongen zelfbeeld heb je mooi omschreven Paula, ik herken dit ook bij veel cliënten.
Zo’n verwrongen zelfbeeld ontstaat doordat de spiegelneuronen al vroeg opmerkten dat de ouder een en al afwijzing communiceerde.
Als dat maar vaak genoeg het geval is, ga je ook jezelf afwijzen. Als dat niet voldoende positief wordt bijgestuurd, vind je jezelf een slecht kind en dat legt het (leugen)patroon voor je leven.
Terwijl wij als therapeut een veilige relatie proberen op te bouwen met onze cliënt, mogen we hen erkenning geven voor wat ze hebben meegemaakt. We mogen hen leren om vriendelijk te zijn voor zichzelf en zichzelf niet meer te veroordelen, want dat is al veel te vaak gebeurd in hun leven.
Dan mag er een geheel andere kijk komen op zichzelf, verbetert hun zelfbeeld en gaan ze betere keuzes maken.
hartelijke groet
Elly Donswijk, Trauma therapeut (tevens lid van het netwerk)