Mijn verdwenen zelf

Dit is een gastcolumn van Renate.

Ik had eigenlijk nooit van narcisme gehoord. En ben er voor mijn gevoel met open ogen ingestonken.

Het is eigenlijk best moeilijk hierover te schrijven. Want waar begin je? Hoe verwoord je wat je voelt of wat er is gebeurd?

Het is mijn geheim, want niemand zal het geloven, laat staan bevatten wat er is gebeurd. Vragen als ‘waarom ben je niet eerder gestopt, weg gegaan’? Ik kan ze niet goed beantwoorden. Het zijn de vragen die ik mijzelf achteraf nog steeds meermaals stel. Ik weet het antwoord wel met mijn hoofd. Hij heeft mij laten geloven dat er dingen in mij zitten die zo slecht, zwart en rot zijn, dat ik alles zelf heb veroorzaakt. Maar wat precies is niet duidelijk, dus nog steeds kan ik soms bang zijn voor verborgen zwarte kanten in mijzelf die ik niet weet.

Alles was mijn schuld. Ik deed altijd moeilijk, stelde de verkeerde vragen. Als hij mij als een lappenpop door de kamer had gebeukt, spullen aan gort had gegooid (altijd mijn spullen) of behoorlijk letsel had toegebracht, dan had hij dat alleen gedaan omdat hij zoveel van mij hield.

Hij had ideeën in zijn hoofd over mijn motivatie waarom ik dingen deed, die mij vol verbazing konden doen achterlaten. Maar hoe ik ook overtuigde, bewees, of onderbouwde, het verwijt bleef overeind en daarvoor moest ik, in lijn met dit vergrijp, worden gestraft. Bij een zitting vertelde hij de rechter met een verdrietig gezicht slachtoffer te zijn van deze slechte vrouw, mij. Ja hij had mij zwaar mishandeld, maar zo was hij niet! Ik had het slechtste en zwartste in hem boven gehaald. Dat hadden ook zijn therapeuten verteld.

De wereld draaide op leugens, die je soms per toeval ontdekte. Hij had meerdere volledige schijnwerelden en vertelde overal een ander verhaal. Iedereen slikte het als zoete koek. Als iets toch uitkwam kon hij vol berouw, huilend zijn bekentenis doen, waardoor iedereen hem in hun hart sloot en alle dingen die hij deed weer vergaf.

Ik heb ooit de vergissing gemaakt bij een vader van een vriendje van mijn kind een hand op zijn arm te leggen. Dat heb ik thuis geweten. Ik ging vreemd met die man. Hij wist het zeker. Die man was knapper en slanker. Ik ben volledig in elkaar geslagen, en ging steeds meer twijfelen aan mijzelf. Had ik echt zo fout gedaan? Maar hij was het slachtoffer. Want hij was zo onzeker mij te verliezen dat hij dat deed als ik vreemdging. Hij wilde niet meer verliezen, zei hij.

Regelmatig kreeg ik te horen dat er spontaan mensen op hem afkwamen om hem te vragen of ik jaloers was op zijn zoon, om te zeggen dat ik alleen maar boos keek, of andere negatieve dingen. Nooit kreeg ik te horen wie dat dan waren. Insinuaties waren altijd vaag, nooit concreet.

Ik werd vernederd en gekleineerd, evenals mijn kinderen. Leuke momenten werden verpest en mijn kind werd steeds weer getreiterd en vernederd zodat hij maar slecht gedrag liet zien en er ruzie was. Dan was zijn kind liever, netter en beter opgevoed. Alles was wedijver, vergelijken en een wedstrijd. Alles bij hem was altijd beter en mooier. Wat ik zei klopte nooit. Was nooit waar.

Ik wist dat dingen die hij vertelde niet klopten, maar kon mijn vinger er niet op leggen. Hij riep dan in razernij dat ik niet moest kijken naar wat hij deed, maar moest luisteren naar wat hij vertelde. Want wat hij zei was waar. Dus nam de twijfel over mezelf steeds meer toe. Alles was mijn schuld. Alles.

Heel langzaam doofde ieder vuur en gevoel in mij. Iedere avond als er weer veel geweld was schakelde ik weer mijn gevoel uit. Als hij kleding van mijn lichaam trok om seksuele handelingen bij zichzelf te doen en boven op mij klaar te komen. Tot ik alle verbinding met mijzelf kwijt was. Ik voelde niets meer. Jarenlang.

Ik had het gevoel steeds meer doorschijnend te worden, tot dat ik niet meer bestond. In de schaduw in de kantlijn leefde ik, volledig gefocust op hem, om maar in zijn slipstream mee te gaan, niets fout te doen en te voelen in welke bui hij was. Ik ben nooit bang voor hem geweest, omdat ik de pijn niet meer voelde. De gebroken knie, de blauwe plekken.

Mijn zoon kreeg een diagnose van een zware, chronische ziekte. Onder de schijn van betrokkenheid was hij bij iedere afspraak aanwezig, uit angst dat mijn kind iets zou krijgen of mogen wat zijn kind niet had of mocht. Hij had de controle. Hij zorgde dat wij nergens konden praten over wat er thuis gebeurde. Hij zat overal bij als charmante, lieve en zorgzame man.

De nacht volgend op de dag van de diagnose ben ik volledig in elkaar geslagen en door de woonkamer gesleurd aan armen, haren en benen. Het was oneerlijk voor zijn zoon, die net jarig was.

Ik heb mij nog nooit zo alleen gevoeld. Daar is toen iets in mij geknapt.

Op een gegeven moment was het zo erg met de mishandelingen dat ik mijn leven niet meer zeker was. En heb toen hij een keer kwaad wegliep de deuren op slot gedraaid om niet meer open te doen. Maanden daarna stond hij steeds weer aan de deur. Huilend, want hij kon niet zonder mij, de liefde van zijn leven.

Hij bekende met een andere vrouw naar bed te zijn geweest, een paar keer. Maar het was nodig om te weten hoeveel hij van mij hield. Dat ik de ware was. Hij zocht zijn oude jeugdliefdes op, want er moest toch iemand van hem houden. Hij hoorde op een voetstuk en had iemand nodig die hem op handen zou dragen. Maakte niet uit wie. Maar ondertussen deed hij net alsof zij hem benaderde en uitnodigde. Alles was een leugen.

Ik heb de deur dicht gehouden. Maar ook hier getwijfeld dat het aan mij lag en ik een lieve goede man liet gaan. Op een ochtend zat hij huilend aan een verjaardagsontbijt, hij miste mij zo dat hij moest huilen. Hij wilde thuis komen. De volgende ochtend lag er een dreigbrief in de bus. Hij had een nieuwe vriendin en plots was er niets goeds meer aan mij. Ik had hem en zijn kinderen altijd kwaad gedaan. Ik moest per direct het huis uit, zodat hij daar gelukkig kon zijn.

Ik was in de war. Want tegen iemand werd er gelogen. De nieuwe vriendin of al die tijd tegen mij. Dat ik erover in de war was, was nog verwarrender, want ik was door haar van hem verlost. Ik was vrij en dat voelde vreselijk goed.

Er werd een hetze gestart in mijn omgeving. Niets werd geschuwd om zijn zin te krijgen, te dreigen en te domineren. Het was een zijde die niemand zag. Zo verdekt en stiekem kon hij dit doen.

Ik was gek en slecht.

Veel mensen hebben mij de rug toegekeerd. Het heeft zelfs vriendschappen van mijn kinderen gekost. Iedereen moest een kamp kiezen. Mensen die nog contact met mij hadden werden extra benaderd in charme, kregen cadeautjes en daar was hij de meest gave man. Zo maakte hij het ondenkbaar dat het aan hem zou liggen en kozen ze onvoorwaardelijk zijn zijde. Ze slikte al zijn verhalen zonder dat er gevraagd werd naar de andere kant van het verhaal. Zijn familie heeft mij meerdere berichten gestuurd met daarin uiteengezet hoe slecht ik wel niet ben.

Dat vind ik nog steeds het moeilijkst van alles. Dat mensen hem geloven, ondanks dat ik vaak genoeg heb gehoord dat hij een kort lontje heeft en niet goed uit zijn ogen kijkt. Maar ze lopen desondanks veel met hem weg. Het feit dat hij aan de buitenkant (dat is wat mensen zien) een heel gaaf en gelukkig leven heeft met zijn vriendin doet nog regelmatig mijn twijfel over mijzelf de kop op steken. Had hij toch gelijk? Lag het toch aan mij? Heb ik iets in mij wat ik niet weet?

We wonen nog in dezelfde stad, maar ik kan niet door zijn wijk rijden zonder paniek. Ik ben niet bang, maar zijn aanwezigheid geeft een lichamelijke reactie van paniek, trillen en ademnood. Alsof ik ieder moment terug moet naar dat huis. Het vertrouwen in mijzelf is helemaal weg en moet ik langzaam weer opbouwen. De neiging mijzelf los te koppelen van mijn gevoel is nog steeds een lastige om te veranderen. Vertrouwen in mensen die contact met hem hebben is ook weg. Zijn charmes winnen altijd en ze komen altijd in zijn kamp.

Ik ben inmiddels gescheiden van deze man. En heb alle contact met hem en iedereen in zijn omgeving zo goed als verbroken. En ik heb geen enkel gevoel van liefde of verlangen naar hem. Eerder enorme afkeer en ja, boosheid. Boos op mijzelf vooral. Dat ik het heb laten gebeuren. Ik die toch niet dom is, vind ik zelf.

Ik ben nu weer met stapjes op weg. Mijn weg. Er is een nieuwe lieve man in mijn leven. En ik blijf op mijn hoede. Niet voor hem, maar voor mijzelf.

Het Verdwenen Zelf is een site die mijn ogen deed openen, net als het werkboek. Deed begrijpen met mijn hoofd wat er aan de hand was. Zijn daden en reacties werden, door de uitleg in het werkboek, voorspelbaar. Het is een bizar feest van herkenning om die dingen op papier te lezen waar ik altijd aan mijzelf had getwijfeld! Alsof het werkboek ging over ons. Het geeft ook aan hoe diep de schade van deze mensen kan zijn. Hoe vernuftig ze anderen inpalmen. Zelfs therapeuten gaven hem gelijk in zijn verhaal over mij. Het lag niet aan hem, maar aan mij.

Ik ben het vertrouwen in mijzelf kwijtgeraakt. Het vertrouwen in wie ik ben. Ik ben bezig de verbinding met mijzelf te herstellen. Ergens weer aan te sluiten op mijn gevoel. Ontdekken wat ik leuk vind, wat mijn dromen en verlangens zijn. Vertrouwen vinden dat ik als persoon goed genoeg ben om van te houden.

Mijn hoofd weet hoe het zit. Nu mijn gevoel nog.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *