Dit is een gastcolumn van Summermoon.
Ik had spontaan wat afgesproken vorige week en de rest van die week regelmatig last van angstgevoelens. Bij de gedachte dat ik in mijn eentje naar iemand toe zou gaan, kreeg ik een heel onheilspellend en ongerust gevoel en zag ik allemaal beren op de weg. Het voelde heel onveilig en ik had écht de neiging om af te bellen.
Zo ken ik mezelf totaal niet. Toen ik bij mijn therapeute zat, keken we hiernaar. Zo kwamen we terecht bij het feit dat ik eigenlijk mijn leven lang in een emotionele en psychische kooi heb gezeten. Dat begon al in mijn jongste jaren met het (verborgen) narcisme van mijn ouders en later ging dat door in mijn huwelijk met een verborgen narcist.
Ik was “vrij” in die kooi. Zo lang ik me gedroeg volgens de (steeds veranderende) regels van de stille narcist bleef ik min of meer uit de problemen en voorkwam ik de ruzies, het schoppen en het slaan, de intimidaties en de scheldpartijen. De kleinerende en denigrerende opmerkingen nam ik allang voor lief.
Op die manier leerde ik al heel jong om me onopvallend te gedragen en als ik dat goed genoeg deed, bleef ik redelijk uit de problemen. Maar helemaal veilig voelde het nooit. Dat was mijn kooi.
Zo ging ik ook nooit ergens voor mijn plezier en in mijn eentje naar toe. Alles moest functioneel en te verantwoorden zijn.
Zo ging ik in mijn huwelijk vooral weg om boodschappen te doen, de hond uit te laten of kleding te kopen als mijn spijkerbroek kapot was. Maar ook dat werd langzaam minder omdat ik het toch ook online kon bestellen? Zo kwam mijn narcist er ook altijd bij staan als ik een vriendelijk gesprek met Jehova’s getuigen of verkopers had die soms aan de deur kwamen. Ik kapte die gesprekken nooit zomaar af omdat ik genoot van die contactmomenten. Hetzelfde met het praatje bij de kassa of buren die ik in de supermarkt tegenkwam. Altijd tijd voor een praatje. Dat waren vaak mijn enige uitjes op een dag. Dat waren de vrijheden in mijn kooi. En ik besefte niet eens dat ik in een kooi zat.
Ik herinner me ook dat ik als kind altijd bang was als ik niet thuis was. Op school begreep ik de uitleg vaak niet, mistte ik dingen. Omdat ik veel en snel dissocieerde weet ik nu. Ik ging ook zelden alleen de stad in omdat alles me overweldigde. Als ik met mijn (narcistische) vader of moeder ging, hoefde ik alleen maar te volgen en was ik nooit bang. En buiten de deur waren mijn narcistische ouders altijd erg aardig tegen iedereen en was er nooit shit. Dat voelde veilig.
Dat ik nooit de schoenen of kleding koos, die ik écht leuk vond, besefte ik vele jaren later pas. Want als ik wel aanwees wat ík leuk vond, kreeg ik altijd te horen dat het te duur was, waardeloze kwaliteit, een rare kleur had en ga zo maar door. En als we het wél kochten en ik er thuis dolgelukkig mee was, werd het vaak weer teruggebracht. Want het was tóch een waardeloos ding, et cetera.
Dus zo heb ik nooit geleerd om letterlijk grenzeloos te kunnen zijn en de kooi niet te voelen. Zo heb ik dus nooit geleerd om mezelf te zijn. Ik heb wel geleerd om alleen aan die ánder te denken en daar rekening mee te houden. Want dat voorkwam ellende. En dát was mijn kooi. Een psychische kooi.
De emotionele kooi was er ook. Zo had ik nooit vrienden of vriendinnen want na verloop van tijd kregen we tóch ruzie en kwamen ze nooit bij mij thuis. Dus kreeg ik van mijn ouders weer kritiek dat ik altijd daarheen ging. Zo was er altijd wel een reden om geïsoleerd te blijven leven.
Nu, 50 jaar later, staat het deurtje van mijn kooitje open en durft dit vogeltje niet uit te vliegen. Hoe ik dat ontdekte?
Nu ik ben gescheiden en minimaal contact heb met mijn ouders, begin ik langzaam te ontdekken wat er met me gebeurt nu het kooitje weg is. Als ik bijvoorbeeld bij de kapper zit en getriggerd wordt, dan springen de tranen meteen in mijn ogen en zit ik te huilen. Of als ik door de supermarkt loop kan dat ook gebeuren. Of ’s nachts als ik wakker wordt en BAM, dan kan het ook ineens gebeuren.
Ik ben mijn hele leven, zowel in mijn jeugd als mijn gehuwde leven door stille narcisten in een emotionele en psychische kooi gestopt. Nu ik daaruit ben, begint er ruimte te komen om de gevolgen te ontdekken en te beleven. Dat hoort allemaal bij die complexe PTSS.
Ik weet dat allemaal nog maar net een klein jaar. Dus het is best veel allemaal. En da’s niet makkelijk als je net gescheiden bent en ook nog middenin een rouwperiode zit.
Maar ik begin inzicht te krijgen in wat me is overkomen. Mijn gevoelens te begrijpen. En ik leer tegelijkertijd, dat ik dan even een time out nodig heb om te voelen wat er op dat moment speelt en even de ruimte te nemen om dat gevoel de ruimte te geven.
Hoe doen jullie dat? Ik ben heel nieuwsgierig om te horen of jullie daar al doorheen zijn en van je vrijheid durft te genieten. Of jullie de angst om uit te vliegen overwonnen hebben.
