Breken met je familie: een groot taboe

Dit is een gastcolumn van Diana.

Breken met je familie is nog steeds een taboe. Wat je vaak hoort is ‘het is  toch je moeder!’ (of vader, of andere familieleden). Maar wat als je jaren aan het worstelen bent geweest met het ‘wel of geen contact’? Wat als je altijd het gevoel hebt dat je je niet verbonden voelt met je ouders, ooms, neven, nichten, tantes etc? Als je gezien werd als het “probleemkind”, terwijl je dit toen je klein was logischerwijs niet snapte en de jaren daarna aan het vechten bent geweest om ook bij de familie te mogen horen?

Ik ben nu 44 en na jaren strijd met mijzelf, mijn leven en alles wat ik hierin heb meemaakt, ben ik in een proces terecht gekomen van realisatie en in het proces van leren, maar vooral helen!

Ik ben opgegroeid in een familie waar enorm veel in te doen was. Het was absoluut geen prettige jeugd voor hun allen geweest. Mishandelingen, misbruik en met ouders die de oorlog meemaakt hadden.

Iedereen stond tegenover elkaar in plaats van met elkaar. Van liefde was weinig sprake. En dat heb ik ook altijd zo gevoeld bij iedereen, maar ook naar mijzelf door mijn eigen ouders.

Ik ben opgevoed door mijn moeder mijn eerste jaren, tot mijn 8ste. Mijn vader was niet in zicht. Daar was mijn moeder van gescheiden toen ik ongeveer 6 maanden was. Nooit begrepen waarom dat zo verlopen is. Daar heeft ieder een eigen waarheid over. Mijn moeder was er altijd van overtuigd naar mij dat mijn vader uit de onderwereld kwam, opgevoed door een criminele familie. Wanneer ik überhaupt dan eens nieuwsgierig naar hem raakte zei ze dat als ik met hem in contact zou komen, ik haar nooit meer zou zien. Dus ik hield in mijn mond wel.

Toen ik 8 was, kwam ik in het eerste kinderhuis ter observatie, er was immers iets mis met mij toch? Niet met haar. Zij was de goede ouder, omringd door zoals zij zelf dit noemde, hooggeplaatste artsen die haar roemde om haar briljante opvoedkundigheid.

Daarna ging ik terug naar huis met advies tot gezinsbegeleiding, maar dat accepteerde mijn moeder niet. Er was niks mis met haar opvoedwijze gaf zij heel duidelijk aan.

Toch kwam ik in een crisisopvang en stroomde ik daarna door naar een kinderhuis waar ik ruim 3,5 woonde met uiteindelijk een mooie plek binnen een warm pleeggezin.

Hoewel mijn moeder het blijkbaar niet meer aan kon om mij weer thuis te hebben terug, kon ze wel allemaal leuke en mooie dingen ondernemen met haar vrienden, vriendinnen en relaties en schreef zij mij uitgebreid hierover in haar brieven. Ze had een leuk leven schreef ze dan, maar ondertussen gaf ze mij in haar brieven ook de schuld van haar problemen. Ik had het hier zelf naar gemaakt, zei ze.

Wanneer ik haar dan eens terug schreef over mijn gevoel, dan kreeg ik terug “hoe durf je over gevoel te praten, je hebt het er zelf gemaakt!”. Ik was 14 toen. Wat doet dat met een kind? Thuis, geen thuis, dan weer naar huis en daarna weer uit huis. Altijd de schuld krijgen.

Een heel bang kind was ik, geen vertrouwen in wie dan ook. Ik worstelde er steeds mee waarom ik niet meer bij mijn moeder woonde, terwijl mijn moeder zelf kampte met psychische problematiek.

‘Parentificatie’ was op mij van toepassing; ik zorgde voor mijn moeder i.p.v. andersom. Zij was veel van huis, ik zorgde vanaf mijn 7e voor het huishouden en het eten in de avonden, wanneer ze thuis kwam. Deed ik het niet, dan werd ik naar boven gestuurd, zonder eten naar bed en draaide ze mijn slaapkamerdeur op slot. Wanneer ze dan na een poos weer kwam kijken, hield ik mij stil, slapende. Bang dat ze weer begon met schreeuwen en mij uit het bed zou slepen.

De koperen schalen, ik vergeet dat nooit, die vlogen om mijn oren. De kruk waar zij mij mee sloeg herinner ik me ook nog goed en de litteken hiervan op mijn had blijft mij herinneren hieraan. De avondvierdaagse, die liep ik alleen. Voetbalwedstrijden die ik later had, daar was ze nooit bij.

De jaren daarna, al woonde ik niet meer thuis, heb ik vaak contact gezocht met mijn moeder middels brieven. Dan reageerde ze wel, maar overlaadde zij mij met cadeaus en beloftes, maar ook met verwijten, terwijl ik eigenlijk zocht naar antwoorden, gesprek en verbinding. Ze was immers mijn moeder.

Dat ik stap voor stap haar wilde leren kennen in plaats van overspoeld te worden met van alles, werd mij dit niet in dank afgenomen. Op het moment dat ik aangaf dat ik het iets rustiger aan wilde doen nadat ik mij overlaadde voelde, werd ik direct bedreigd op de sms. Bedreigd met stenen door de ramen gooien etc. Daar raakte ik in paniek van en meldde mij bij de politie. Maar toen konden zij hier weinig mee. Het was mijn moeder toch? ‘Laat maar gaan. Komt wel goed’.

Jaren daarna geen contact gehad, althans, ik reageerde nergens meer op, had mijn nummer veranderd ook en dacht het afgesloten te hebben.

Doordat ik had aangegeven dat ik altijd op de hoogte gehouden wilde worden als er binnen de familie iets zou zijn, zoals een overlijden, kwam ik toch weer in contact steeds met mijn moeder. Zij greep ook deze momenten aan om mij weer te overtuigen, dan wel met een erfenis die zij zou gaan delen van mijn opa en later mijn oma. Mocht ik dat willen, dan kon ik met haar contact opnemen. Ik ben hier nooit op in gegaan. Maar ook een keer met dat zij veranderd was na een hersenbloeding. Ik reageerde hier dan op en had hoop dat we een nieuwe start konden maken, wat nooit gebeurde.

Na het overlijden van mijn oma heb ik even contact gehad met mijn moeder op de mail (mijn telefoonnummer heb ik niet gegeven), maar ook toen ging het alleen over haar. Haar vele ziektes en over hoe slecht mijn familie was. Ik werd hiermee overspoeld, maar ze reageerde nooit op mijn gevoel of wat ik leuk vond om te delen vanuit mijn leven. Ook ging zij mij vragen of zij onze historie mocht gebruiken om afgekeurd te kunnen worden bij het UWV. Zij is immers ‘jaren het slachtoffer geweest van haar dochter, waardoor zij niet meer in staat was om te werken’.

Toen heb ik niet meer gereageerd. Tot op de dag van vandaag. Dat is nu tien jaar geleden.

Mijn vader heb ik ontmoet toen ik 18 jaar was. Een super lieve, maar ook kwetsbare man. Met zijn eigen waarheid over het huwelijk met mijn moeder en totaal niet wetende hoe mijn leven was tot ik hem ontmoette. Alleen, doordat we elkaar al die jaren gemist hebben, vind ik het ook wel heel ingewikkeld om de verbinding met elkaar nu te vinden.

Ik heb veel gehad aan de therapie die ik bij iemand uit het netwerk van het Verdwenen Zelf heb gedaan. Zij gaf mij erkenning, rust en de ruimte om alles wat ik met mij mee droeg te delen. Hoeveel paniekmomenten ik ook gehad heb, zij was er altijd. Ik ben mij steeds verder aan het ontwikkelen, zowel qua herstel voor mijzelf als in het leren delen met anderen. Ik ben een opleiding aan het doen (holistisch therapeut) en ik vind mijn weg.

Dit alles wilde ik graag met jullie delen. Ik hoop dat ik hiermee anderen misschien ook tot steun kan zijn. Er is nog zoveel te leren om zichtbare en met name onzichtbare problematiek binnen gezinnen en families te (h)erkennen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *