Er zijn momenten in het herstelproces waarop alles terugkomt. Een opmerking, een toon, een blik, en ineens is iemand weer daar. Terug in die oude onveiligheid. Getriggerd, overspoeld, lamgeslagen. Wie werkt met of naast slachtoffers van dwingende controle, herkent dit patroon.
Wat clienten op zo’n moment ervaren past bij de nawerkingen van dwingende controle en psychisch geweld. Of het nu plaatsvond in het gezin waar ze opgroeiden of in een destructieve partnerrelatie: wanneer een ander systematisch bepaalde wie je was en wat je mocht voelen, raakt dat iets dieps. De verbinding met zichzelf werd aangetast, soms al voordat ze wisten dat die er had kunnen zijn.
Slachtoffers kunnen in alledaagse situaties overspoeld raken, zonder te begrijpen waarom. Ze hebben het gevoel van voren af aan te beginnen, terwijl ze zo hard werken aan hun herstel. Ze hebben moeite zichzelf vast te houden op de momenten dat het zwaar is. Dit hoort erbij, en het is van belang dat mensen in hun omgeving dat begrijpen.
Herstel na dwingende controle is niet de afwezigheid van stormen. Herstel is leren wat het fundament is en daarop kunnen terugvallen als de grond weer beweegt. Iris Koops schrijft hierover: „Het werken aan je basis, het bouwen van een fundament als dit er eerder nooit is geweest, is het allerbelangrijkste dat iemand voor zichzelf kan doen. Met dit fundament kun je stormen doorstaan.”
Wanneer een fundament nooit de kans kreeg te groeien
Marieke groeide op in een gezin waar ze geen grond onder haar voeten had. Haar vader was afwezig en haar moeder bepaalde wie ze was, wat ze voelde en wat ze waard was. Op goede dagen was er warmte, maar die warmte had altijd een prijs. Op slechte dagen werd alles wat Marieke dacht te weten over zichzelf afgebroken. Stelselmatig, jaar na jaar.
Als volwassene leefde ze in een voortdurende staat van waakzaamheid. Ze vermeed conflicten, paste zich aan, hield zich klein. Niet omdat ze dat wilde, maar omdat ze op deze manier gecondtioneer was. Elke uitdaging, een moeilijk gesprek, tegenslag, gedoe op haar werk, voelde als een grote bedreiging. Ze had geen houvast. Geen innerlijke stem die zei: dit komt goed. Dit kun jij aan.
„Ik was zo bang voor stormen,” vertelt Marieke. „Alles wat spannend of onzeker was voelde direct als een bedreiging. Ik wist niet hoe ik mezelf moest vasthouden.”
In therapie begon ze langzaam te begrijpen waarom. Haar fundament was niet stuk, het was haar nooit toegestaan dit te bouwen. Ze diende slechts als verlengstuk van haar moeder, waarbij haar eigen levensenergie werd afgetapt. Bij dwingende controle in de jeugd wordt elk begin van eigenheid stelselmatig afgebroken. Ze leerde zich volledig op haar moeder te richten, op iedereen buiten haarzelf.
Haar therapeut was daarin een veilige spiegel: iemand die zag wat zij zelf nog niet kon zien. Dat ze steviger was dan ze dacht. Dat ze stormen had overleefd, terwijl ze dit zichzelf nooit had toegeschreven.
„Op een gegeven moment merkte ik dat een moeilijke situatie me niet meer volledig omver gooide. Dat ik er wat door wankelde, maar daarna al snel weer overeind kwam. Dat was het moment dat ik begreep: ik was al aan het bouwen en ga mijn fundament nu verder verstevigen.”
Wanneer een destructieve relatie het fundament uitholt
Thomas had geen makkelijke jeugd, maar hij had ook iets goeds meegekregen: een vader die in hem geloofde. Die kleine kern van vertrouwen droeg hij altijd bij zich. Hij was niet onbeschadigd opgegroeid, maar hij had iets om op terug te vallen.
Tot hij Eva ontmoette.
Wat begon als een intense liefde, werd in de loop van jaren een sluipend proces van ondermijning. Eva was de moeder van zijn kinderen, en ook de persoon die zijn zelfvertrouwen en zijn gevoel van werkelijkheid systematisch aantastte. In duizend kleine momenten die samen opgeteld als een permanente donkere wolk boven zijn leven hing. Een opmerking hier, een verdraaiing daar. Hij kreeg structureel terug dat hij te gevoelig was, te weinig deed, nooit genoeg was.
„Ik begreep lange tijd niet wat er gebeurde,” vertelt Thomas. „Ik dacht: ik heb toch een basis? Maar achteraf zag ik hoe het was uitgehold. Steen voor steen.”
Toen de destructieve relatie eindigde wist Thomas niet meer wie hij was zonder die constante strijd. De storm was voorbij, maar de schade zat diep.
Het was in die periode dat hij de boeken van Iris Koops vond. „Ik las en dacht: dit ben ik. Dit is wat er is gebeurd.” Voor het eerst had hij woorden voor iets wat hij wel voelde maar niet kon benoemen. Het besef dat zijn zelf er nog was, beschadigd maar niet verdwenen, gaf hem iets om aan te werken.
„Wat me het meest heeft geholpen is het inzicht dat mijn fundament mijn verantwoordelijkheid is. Niet om wat er is gebeurd, maar voor wat ik er nu mee doe. Die investering in mezelf, dat kan niemand me afnemen.”
Thomas bouwt. Aan zichzelf, aan zijn rol als vader, aan een leven dat van hem is.
Stormen horen erbij. Het fundament is het werk.
Of iemand is opgegroeid met dwingende controle in de jeugd, of een fundament had dat werd uitgehold door een destructieve partnerrelatie: de weg terug naar zichzelf behelst de zoektocht naar wie je diep van binnen bent. Met zelfcompassie, geduld en de juiste hulp.
Iris Koops schrijft: „Ook al zullen er zich nog genoeg uitdagingen voordoen, doordat je jezelf bij de hand hebt genomen, weet je dat je het ergste gehad hebt. Elke nieuwe dag valt er weer veel te leren. Niet alleen over het leven, maar vooral over jezelf.”
Voor professionals die verdieping zoeken bieden de boeken van Iris Koops een stevig kader. Ons netwerk van gespecialiseerde behandelaren staat open voor doorverwijzing en collegiaal overleg.
—
Met dank aan juud voor de illustratie, zie https://elfjesbyjuud.nl/
