’Praat tegen me, praat alsjeblieft tegen me.’

Het effect van de stiltebehandeling
Dit is een gastcolumn van Vroefje.

Hoewel niet elke narcistische ouder zich hiermee bezig schijnt te houden, zullen er helaas toch ook velen onder ons zijn die het net als ik wel kennen; het doodzwijgen. Ik ben hier meer informatie over gaan opzoeken en mijn mond viel open.

De officiële naam is Ostracisme; Schervengerecht. Het heeft zijn wortels in de oude Griekse beschaving waar het gebruikt werd om in politieke kringen een persoon die al te machtig dreigde te worden te elimineren, om zo de democratie te beschermen. Degene met de meeste scherven werd een ‘persona non grata’. Er werd niet meer tegen hem gepraat, hij hoorde er niet meer bij en werd geacht zichzelf uit de gemeenschap te verwijderen.

Mijn mond viel nog verder open toen ik las over een onderzoek in de VS waarbij een aantal wetenschappers zich opsplitsten in twee groepen; de ene groep zweeg, de andere groep werd doodgezwegen. Na één dag, laten het er twee zijn geweest, werd het experiment afgeblazen. Niemand was hier tegen bestand.

Stelletje watjes.

Want dít had ik jarenlang, samen met mijn broers en later alleen, diverse malen per jaar, wekenlang ondergaan. En mijn moeder was goed in zwijgen.

Mijn moeder was héél goed in zwijgen.

Haar gezicht, vertrokken van haat. De minachting droop er vanaf. Haar hoofd afgewend, de aanblik van mij kon ze overduidelijk niet verdragen.

Hoe vaak heb ik haar wel niet huilend gesmeekt; praat tegen me, praat alsjeblieft tegen me. Maar nee. Mijn moeder zweeg stug verder. Het maakte niet uit of ik jarig was, of terugkwam van een vakantie, of doodongelukkig was. Mijn moeder zweeg.

Het zwijgen is een uitwas van die vreselijke woede waardoor narcisten van binnen als het ware verteerd worden. En omdat die woede onverdraaglijk is moet die zo snel mogelijk verwijderd worden door hem over een ander uit te storten. Het object van die woede zal weten dat ie fout zat en moet gebroken worden. Tot elke prijs.

Bij ons op de voordeur hing, onzichtbaar, zo’n bordje zoals wel meer mensen die hebben hangen. Daar staat dan iets gezelligs op zoals ‘Welkom’ of ‘Home sweet home’. Bij ons stond erop ‘Het is buigen of barsten’.

Mijn ene broer heeft nooit gebogen, maar is vroegtijdig gebarsten.

Ik heb me suf gebogen, en ben niet gebarsten.

Maar of ik daar nou zo blij mee ben?

Het bizarre is dat degene die ongelukkigerwijs de spreekwoordelijke druppel was die mijn moeders woede-emmertje deed overlopen, ook nog eens ongenadig op zijn donder kreeg van de anderen. Ultieme voorzichtigheid was in zo’n periode geboden. Dus je was gewoon een onverantwoordelijke lomperik als je door je gedrag de anderen ook in de ellende stortte.

Ons tegen elkaar uitspelen, ja, daar was ze ook heel goed in.

Het kwam overigens ook voor dat slechts één iemand de pineut was. Dat was helemaal ondraaglijk. Mede omdat we alle drie behept waren met een wrede vorm van leedvermaak. Je was godzijdank niet zelf aan de beurt, en dus was, en zat je goed. En die ander had het uiteindelijk alleen maar aan zichzelf te danken.

Want mededogen was een bloempje dat niet bloeide in ons hofje.

Om haar woede en onverschilligheid kracht bij te zetten had mijn moeder nog een heel arsenaal aan mogelijkheden. Er was geen eten in huis. Datgene wat er wel was, was uiteraard geteld. En niemand die het in zijn hoofd haalde daar aan te komen. Zelf iets klaar maken in de keuken stond gelijk aan kamikaze. Elk initiatief, op welk gebied dan ook, was volkomen uit den boze. We mochten niet onder de douche, kleren werden niet gewassen. En als ze heel erg kwaad was dan zaten we in het donker en in de kou. Het zwijgen werd slechts doorbroken om ons volkomen verrot te schelden en de meest vreselijke dingen te verwijten. Om te dreigen met ons aan ons lot over te laten, of met zelfmoord. Daarna stormde ze, met de stoppen uit de stoppenkast in haar tas, het huis uit. In angst en verwarring bleven we achter. Niet in staat elkaar te troosten.

Want troost was een bloempje dat niet bloeide in ons hofje.

Hoe diep gaat deze inprenting van niet gezien en genegeerd worden?

Heel diep.

Uiteraard ben ik een geweldige pleaser geworden. Van elke stilte die valt in een gesprek krijg ik het nog steeds Spaans benauwd. En nog steeds ben ik ook heel erg alert op reacties van anderen. Hoe is de gezichtsuitdrukking? Zeker in vergelijking met die naar een ander toe. Blijft een antwoord iets te lang uit dan vliegt het schaamrood me al naar mijn kaken. Ik heb iets fout gedaan. Wat? Geen flauw idee. Maar, geen nood, ik kan wel iets verzinnen. Liever reik ik niet als eerste uit in het contact. Als iemand anders dat doet dan weet ik tenminste zeker dat ik gewenst ben. In mijn eigen huis voel ik me te gast.

De laatste weken van mijn moeders leven was haar spraakvermogen ernstig aangetast. Woedend en vernederd zat ik aan haar ziekbed, of liep achter haar rolstoel. ‘Nee, ze praat wéér niet tegen me! En met mijn gouden broer en dito vrouw had ze hoogstwaarschijnlijk wel gezellige kletsjes’. Zo dacht ik. Ik was absoluut niet in staat om uit de bubbel van het verleden te stappen en te bevatten dat ze deze keer simpelweg niet meer kón praten. Mijn moeder is gestorven zoals ze grotendeels geleefd heeft; ongenaakbaar en zwijgend. Misschien was die ongenaakbaarheid wel mijn eigen projectie.

O mama,

Je hebt geoogst wat je gezaaid hebt.

Want liefde was een bloempje dat in de kiem gesmoord werd in ons hofje.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *